Mijnmonumenten






Wat er nog van de voormalige SM. Maurits over is (november 2014).
Het hoofdgebouw dat vroeger de loonhal, kantoren en badlokalen bevatte.
De betonnen watertoren en een loopbrug die vroeger de verbinding met het mijnbedrijf vormde.

Met de aanleg van de Staatsmijn Maurits (de vierde en laatste der staatsmijnen) werd in 1915 begonnen en ze kwam in 1923 in productie. Tot 1963 was ze de grootste twee-schachten mijn van Europa. In 1963 werd de derde schacht in gebruik genomen. In 1966 viel het doek voor de Maurits.
Het ontwerp van het hoofdgebouw stamde van omstreeks 1920. Ontwerper was de heer J.H.W. Leliman.
In 1926 werden de twee flankerende reliefs (foto's hier beneden) voor het hoofdgebouw gemetseld.





Reliefs in muur voor de Maurits. Links staat vermeld ”Staatsmijn Maurits”. Rechts staat ”Limburg”





In het Mauritspark te Geleen staat een monument uit 1937. Dit monument bestaat uit twee liggende, rechthoekige reliëfplaten, die gevat zijn in een bakstenen omlijsting en gescheiden worden door een licht gebogen, lange bakstenen muur. Beide reliëfs zijn opgebouwd uit meerdere vierkante, ceramieken delen, die een rechthoek vormen. Het linker reliëf beeldt de Landbouw uit. Een boer begeleidt een kar met bossen stro, die getrokken wordt door twee paarden. Het rechter reliëf beeldt de Mijnindustrie uit. Een rij mijnwerkers loopt met schoppen en lantaarns naar de mijn. De gebruikte natuursteen heeft een paars-rode kleur, die per reliëfdeel van tint verschilt. De bakstenen van de omhuizing hebben eveneens een donkerrode kleur. De lage muur tussen beide reliëfs bestaat uit zes verhoogde delen, als een soort brede kantelen. (tekst gemeente Sittard-Geleen).
Het witte gebouw op de achtergrond is de voormalige OVS-werkplaats.





Mijnwerkersmonument, uit 1937 in het Mauritspark te Geleen. Het bestaat uit twee aparte delen, die ongeveer 20 m. uit elkaar staan.
Ze symboliseerden de verbondenheid van de landbouw en de mijnindustrie in deze regio. Ook de kracht, gewonnen uit de vruchten van de landbouw en eveneens gesymboliseerd door het trekkende paard en zijn leidende voerman worden er in mijn beleving uitgebeeld.
Niets was minder waar. De boeren stonden zeer wantrouwend tegen deze industrie die hun de (goedkope) mankracht onttrok en hun landbouwgronden onteigende.
Echter, de mijnwerker die eerder als knecht door de heerboer was uitgebuit, verdiende een veelvoud in de nieuwe mijnindustrie en was opgetogen over zijn nieuwe status. Feitenlijk was er nu een stand bijgekomen, die van de mijnwerkers.

Op het rechter gedeelte staan een achttal mijnwerkers afgebeeld die aan de slag gaan. Eigenlijk zijn het er zeven, plus één. De voorste persoon draagt een bril, heeft een petlamp en is in het bezit van een vaarstok. Dit zijn allemaal tekens van waardigheid, deze man is een leidinggevende (vaarsjtieger) een zogenaamde beambte. Zijn gezicht is gedetailleerd uitgebeeld. De anderen hebben een nietszeggende uitdrukking, dragen gewone potlampen en een hak en kolenschop als gereedschap. Ze hebben maar te doen wat hun opzichter hen gebiedt. Het kon allemaal in die tijd. Met de wetenschap van nu kan men zeggen dat ze als slachtoffers naar de silicose werden gevoerd.
Trouwens, er zijn nu nog personen ... die deze tijd verheerlijken.





Barbarabeeld uit 1951 van Wim van Hoorn in het Mauritspark te Geleen.
Ieder jaar, op 4 december vierden de mijnwerkers het Barbarafeest. Zij was hun schutspatroon. Op ieder mijn stond er een beeldje van haar.
Op die dag hadden de mijnwerkers een extra dag verlof, geschonken door de mijn. De katholieke mijnwerkersbond (NKMB) organiseerde die dag een aantal festiviteiten en 's middags werd Sinterklaas binnengehaald. Ieder kind kreeg een zak snoep en er was film voor de oudere jeugd. 's Avonds was er bal voor de volwassenen.
Op Barbaradag 2015 werd het monument aan de voet uitgebreid met de namen van alle (bijna 300) omgekomen kompels, die in een aantal gedenkplaten gebeiteld zijn.






Mozaïek uit 1953 van Henri Schoonbrood, aan het begin van de oprijlaan naar de Maurits.
Voor meer informatie klik hier





Beeldengroep in de haven van Stein.
Bij de opening van de gemeentehaven van Stein in aug. 1955 werd deze beeldengroep onthuld.
Ze symboliseert de verbondenheid van de havenarbeider, de landman en de mijnwerker, de mannelijke werkende beroepsgroepen van die tijd.
Het is een werk van Eugene Quanjel, dat omstreeks 2010 grondig werd gerenoveerd.





Kompel Sjeng in de buurt Lindenheuvel te Geleen.
Klaarblijkelijk heeft kompel Sjeng inmiddels zijn rug naar de koel gekeerd.
Voor meer info zie: klik hier





Monument in de muur van het Barbarazaaltje in Lindenheuvel ter nagedachtenis aan de omgekomen kompels van de mijnramp op de Maurits op 3 maart 1958.
Voor meer info klik hier





Relief in muur bij toegangspoort van Steinerbos, in Stein.

Het symboliseert een bokkenrijder. Waarschijnlijk heeft dit te maken met het feit dat de Steindenaren zich in het midden van de 19de eeuw erg stijfkoppig (bokkig) hebben gedragen. Zo hebben ze jarenlang geweigerd om belasting aan de staat te betalen. Als straf hiervoor moesten ze uiteindelijk aan 50 marechaussees en hun paarden inkwartiering verlenen.
Steinerbos was net als het park Schuttersveld in Brunssum, na de oorlog, door de Staatsmijnen gesticht voor ontspanning van de mijnwerkers en hun familie..
Het beeld is een ontwerp van Eugene Quanjel.





Beeldengroep ”De Drie Muzen” in het voormalig openluchttheater van Steinerbos.
De muzen die hier staan uitgebeeld zijn: Terpischore (dans en poëzie, Thaleia (kommedie) en Melpomene (tragedie).
De meegevoerde attributen zijn een zwaard, een tekstrol en een luit.
Het is ook een ontwerp van Eugene Quanjel.

Het openluchttheater werd op 29 april 1949 officieel geopend met een opvoering van ”De Zigeunerbaron”





”De Herdenkingskapel” van alle omgekomen mijnwerkers, op het voormalig mijnterrein van de Staatsmijn Wilhelmina in Terwinselen.
Op de herdenkingstafels buiten, staan alle ondergronds omgekomen mijnwerkers vermeld.
Op de plaat binnen, staan de bovengronds omgekomen mijnwerkers vermeld.





Het interieur van de gedachteniskapel





Een van de eerste ondergrondse persluchtlocomotieven.
Dit exemplaar is tentoongesteld bij de ”Gedachteniskapel van alle omgekomen mijnwerkers” op het mijnterrein van de voormalige Staatsmijn Wilhelmina.





Kolenwagons op het mijnterrein van de voormalige Staatsmijn Wilhelmina te Terwinselen.
Mede hiermee werd Nederland na de oorlog weer opnieuw opgebouwd.






Foto's Anno 2012.
Wat er uiteindelijk van de SM. Hendrik overbleef ... Een schachtwiel, notabene van de SM. Emma en een herinneringssteen.

Dit monument staat in Brunssum, niet ver van de plaats waar ooit de SM. Hendrik was.



FvdB

nov. 2014

terug naar koelpiet
terug naar koelpiet